Er zijn geen woorden voor ...

Mijn verhaal begint hier achter de hoek, in de Sint-Pieterstraat. In een huis met enkele verdiepingen aan de linkerkant van de straat. Als elf jarig jongetje belde ik aan en ging schoorvoetend met mijn boekentasje én met mijn slecht rapport de trap op. A.V. deed de deur open en ik ging naar binnen. En toen gebeurde het. En drie uur later ging ik verdoofd met mijn boekentasje én met mijn slecht rapport de trappen af en trok de deur achter mij dicht. Ik stond op de stoep, nog steeds verdoofd, verlamd. Alsof er met een zware hamer een slag op mijn hoofd gegeven was. Er waren geen woorden om te zeggen wat er in me omging en geen woord kwam er verder uit mijn mond. Dit is meermaals gebeurd. Zo een  jaar of vier lang, al of niet gekoppeld aan een slecht rapport, minstens één keer om de veertien dagen, in drukke perioden één keer per week.
Een twintigtal jaar na deze ervaringen van seksueel misbruik kwam ik na heel wat therapeutisch werk ertoe om een verhaal neer te schrijven onder de titel “van een klein konijn... ”. De aanleiding tot dit verhaal was een klein vogeltje dat tegen de voorruit van mijn vrachtwagen vloog en een bloedspoor trok van schuin linksonder tot ergens in het midden van de ruit. Daar bleef het even met opengebroken bek hangen en ineens verdween het van de ruit. Ik verschoot van dit voorval en vooral van de impact die zo een botsing tot gevolg had. Het vogeltje was in een mum van tijd opengereten en ik zag het in mijn achteruitkijkspiegel fladderend achter mij op het beton dood neervallen.
En opeens sloeg mijn gevoel naar binnen en schoot ik in een hevige huilbui die verder rijden onmogelijk maakte. Mijn hart deed zeer en ik voelde me vastzitten in mezelf. Ik smeet mijn remmen dicht, ging op de pechstrook staan en voelde ineens in alle hevigheid de gelijkenis tussen mezelf en al die dode dieren die ik zag liggen op de snelweg: opengereten, verbrijzeld, gesloopt, overdonderd en uitgesmeerd op het beton. Vooral de konijnen troffen me. Hun zachte pels besmeurd met bloed en verpletterde ingewanden. Soms zag ik hun kaken door hun wangen steken. Dit ben ik die daar opengespleten lig, dit ben ik! Tijdens het schrijven van mijn verhaal merkte ik dat er een deel was waar ik in woorden niet bij kon. Ik botste precies op een muur in mijn woorden en zinnen. Maar ik wilde dieper en verder voelen wat er in me bewoog en dit op een of andere manier naar buiten brengen. Het woelde en stormde hevig in mij en het beeld van die uitgesmeerde konijnen op de rijweg bleef me inspireren. De pijn in mijn hart hield aan. Ik bleef me zo voelen, verminkt en opengereten, mijn kern gekraakt, gesloopt. En hiermee wou ik verder. Ik wou dit naar buiten brengen in een beeld, een symbool. Iets dat verder ging dan woorden.
En zo begon ik thuis metalen afval te zoeken, en ook overal in mijn buurt. Ik vond een oud stuk spoorstaaf, tandwielen, moeren en een oud slot, een versleten takkenschaar en kogellagers, stukken van een ketting en oude scharnieren. Al het roest werd er af gehaald met de slijpmachineborstel en de stukken werden mooi op een hoopje gelegd. Met al die dingen ben ik beginnen lassen in mijn atelier. In een soort trance waarbij ik soms kwaad werd en ook heel verdrietig plakte ik de stukken op elkaar en merkte ik dat er ineens een konijn ontstond dat vastgeketend was aan een spoorstang en niet kon ontkomen voor de overdonderende trein. Twee dagen heb ik zo “in het ijzer gezeten”, in een afwisseling van verdriet en pijn, kwaadheid, opluchting, passie en verbetenheid. Soms kwamen de lasbolletjes op mijn huid en vloekte ik hevig van de pijn en de brandvlekken op mijn huid. Soms zag ik door de tranen niet meer waar ik mijn lasnaad aan het leggen was. Maar ik ging verder en het was een heel innig en intens contact met mezelf, met alles wat ik voelde en met de storm die er in me aan het razen was.
Mijn lijf liet zien wat er in me bewoog en dat was nieuw, heel nieuw. Er barstte iets van binnen naar buiten uit... en alle uiteen gereten stukken kwamen precies ook weer bij beetjes samen in mezelf! Er herstelde zich iets diep in mij. Binnen- en buitenkant klopte weer met elkaar! En toen het beeld af was en nog warm genoeg om me er aan te verbranden wist ik: ja, dàt is het, zo voelt het. Dàt is wat er gebeurde toen, dàt is wat ik niet kon zeggen daar op de stoep... dat is de essentie van seksueel misbruik: vastgeketend, overweldigd, uit elkaar gereten, in mijn kern gekraakt, verminkt en verdoofd. En ook deze opsomming schiet te kort, want ik kan ze blijven herhalen zonder dat het me vredig maakt of rust geeft.
Er zijn inderdaad geen woorden voor. En nu staat het beeld hier, ik wou het jullie laten zien. Ik heb van deze kathedraal op een of andere manier seksueel misbruik “gekregen”. Ik wil in ruil graag mijn konijn aan de kathedraal geven. Het is een mooie plek. Een mooie plek om in te wonen voor zo een konijn.

Vertel het verder: