Door ontvoogding naar beleving

Ik kom uit een stijf burgerlijk gezin uit een Vlaamse provinciestad. Vader was ondernemer, alles draaide enkel om hem. Hij nam alle beslissingen zonder overleg vooraf of verklaring nadien. Het was een waarom–daarom mentaliteit. Iedere vraag naar uitleg werd gezien als een aantasting van het vaderlijk gezag. Eén van de grote bekommernissen thuis was “wat gaat men over ons zeggen of denken”. Als katholieke ondernemer neigde vader naar een liberale denkwereld. Maar het was de pastoor die het finale woord had. Vader volgde trouw het woord van de toenmalige kerk, soms zeer tegen zijn zin. Die kerkelijke invloed drong zeer diep door in huis tot en met het aantal kinderen die er moesten komen. De gezondheid van moeder speelde hierin geen rol. Ik ben de oudste van acht, geboren op het einde van de tweede wereldoorlog. Alles ademde verder op de oude vooroorlogse ritmen en regeltjes. Verandering was vaak uit den boze. Sociaal contact met de buitenwereld werd sterk gemeden. We leefden naar binnen gekeerd. Er waren geen vrienden die aan de deur belden. Kansen tot persoonlijke ontplooiing of initiatief nemen waren er niet echt. Ik heb het altijd moeilijk gehad met dit kortwieken. Ik onderging die toestand uit noodzaak en leefde gelaten in een verstikkende lethargie. “Wat doe ik hier eigenlijk, wat richt ik hier uit?” Veel zin in het leven had ik niet. Ik moest hieruit ontsnappen. Ik moest een andere weg vinden. Maar hoe en wanneer?

Een eerste aanzet uit die woestijn kwam vrij vroeg toen ik de leuze van de heren van Gruuthuse zag in hun wapenschild boven de ingangsdeur van hun monumentale huis in Brugge "Plus est en vous - er steekt meer in je (dan je denkt)". Niet dat ik hiervan wakker lag, maar soms smeulde het wel eens. Zou er toch nog iets mogelijk zijn?

John F. Kennedy zei in zijn inaugurale rede: “vraag niet steeds naar wat de staat voor je kan doen, vraag je ook eens af wat jij voor de staat kan doen”. Die uitspraak is mij bijgebleven maar pas later heeft die spreuk zich vrij vertaald in mij: “vraag je eens af wat jij voor een ander kan doen”.

Tijdens mijn legerdienst in de Marine kreeg ik een sterke stoot voorwaarts. Stel je voor, vechtend tegen een zware storm in het Kanaal, - we volgen een SOS op en ronden zuidwaarts de Cap de La Hague, - de padre aan boord doet de zondagsmis in de mess van de matrozen. Daar heeft hij woorden gesproken die mij steeds bijgebleven zijn, woorden die mijn latere vrouw heeft overgenomen en die ons beider leven bepaald hebben. Daar heb ik de zin van het leven gevonden. Christus als mens had geen tijd om vader, moeder, verzorger, beroepsmens, kok, verpleger, en nog zo véél meer tegelijkertijd te zijn. Daarom heeft hij ons nodig om al die taken dagelijks naar behoren in te vullen. Dat is onze zending hier op aarde. Daar heb ik mijn levensinvulling gekregen. Nee, mijn legerdienst is niet noodzakelijk een lege doos geweest. Met mijn vrouw hebben we het hierover niet veel gehad. Maar het heeft ons huwelijk wel degelijk mee bepaald. Samen hebben wij deze zending geïntegreerd in ons leven.
Zolang ik niet getrouwd was overheerste die afremmende, alles dominerende mentaliteit van thuis. De dag van ons huwelijk kon ik niet snel genoeg uit huis zijn, op eigen benen staan, mezelf redden. Maak het nu maar zelf waar. Er is nooit gevraagd hoe het ging. Ik was weg, dat was de essentie. Mijn vrouw en schoonouders hebben mij sterk gesteund in het vinden van mijn ware weg. Van mijn ouders verwachtte ik niets meer. Ik was uit huis en wij woonden nu ver genoeg uit hun buurt.
Later hebben wij de Don Bosco Gemeenschap te Buizingen leren kennen, via een tante en oom. De toenmalige pastoor heeft ons verwelkomd. Hij heeft ons aangesproken. We zijn blijven komen. Langzaam aan zijn wij ons beginnen inzetten voor deze parochiegemeenschap, voor de mensen rondom ons, of elders. Door deze inzet hebben we heel veel teruggekregen. Die verbondenheid wordt iedere zondag aangewakkerd en bevestigd. Het motiveert voor de volgende week, thuis of op het werk. Zo heb ik mij aan die dodende lethargie kunnen onttrekken. Er is een andere horizon vol leven open gegaan.
Voor mij heeft de officiële kerk afgedaan. Bij de begrafenis van mijn vader en moeder werd ik aan die stramme niet te bewegen kerk herinnerd. Er kon geen persoonlijke toets bij. Er was geen beleving. Wij zaten erbij en keken ernaar. Ik was blij dit toneel te kunnen verlaten. Bij de begrafenis van onze oudste zoon werd mij al enige vrijheid gegeven. De begrafenis van mijn vrouw heb ik volledig in eigen hand mogen nemen. De Don Boscogemeenschap heeft mij de kans gegeven haar een persoonlijk dankjewel te zeggen. De deelname van de parochie was zeer intens. Deze steunende kerkgemeenschap geeft me veel kracht. Hier zijn mensen er voor elkaar, stilzwijgend, gekend of niet, men verneemt iets en springt in. Dat is een levende kerk, niet de kerk van de protserige sier en het grote vertoon, van de stikkende regeltjes en voorschriften. Hier mag ik levende kerk zijn voor de mens naast mij. Ik ben dankbaar voor die kans.

Nu zoeken bisschoppen grotere parochies op te richten. Als die er ooit komen dan vrees ik dat dit het begin van het einde is. Zo maar mensen samen zetten in een centrumkerk, in een verouderde liturgie gedicteerd door een zo-zal-het-nu-zijn mentaliteit doet mensen afhaken. Vele jaren waren nodig om een persoonlijke beleving op te bouwen.

Vertel het verder: